Geschiedenis van brandweer Hasselt
Hasselt, ontstaan als een kleine nederzetting op een zandkop langs het Zwarte Water aan de monding van de Vecht,
Hanzestad, stadsrechten sinds 1252. Net als in andere steden zijn ook hier de huizen uit hout opgetrokken en voorzien van een stro of rietdak.
Een klein onbedachtzaam moment met vuur kon als gauw een hele stad in vlammen doen opgaan.
Gelukkig is Hasselt voor een dergelijke rampspoed bewaard gebleven.
De overheid van toen was zich bewust van de gevaren en stelden in de loop der tijd verordeningen op dat oa. een huis niet meer van hout mocht zijn
en er geen stro of riet meer gebruikt mocht worden voor de dakbedekking. Voor de opslag van o.a stro, hooi, vlas en turf kwamen voorschriften.
Wanneer er toch brand ontstond was het noodzakelijk om te gaan blussen, daar was ook het gemeentebestuur zich van bewust.
Zo werden er op verschillende plaatsen in Hasselt o.a.ladders en haken en bij elke woning een zg. brandemmer opgehangen.
Men was verplicht deze te onderhouden en mocht voor niets anders gebruikt worden.
Jaarlijks werd er een controle op uitgevoerd en wanneer geconstateerd werd dat de emmer niet aanwezig was kreeg men een boete van 14 stuivers.
Er was een nachtwake die de stad in de gaten moest houden als het donker was. Werd er brand geconstateerd werd de bevolking gealarmeerd door “Brand” te roepen en op de deuren te slaan. Een ieder spoedde zich met emmer naar de plek des onheil en zoals het overal ging werd er een keten gevormd van mensen en werd er met behulp van emmertjes water op de brand gebracht.
En zo is het lang gebleven, totdat, zo rond 1680 door een Amsterdamse uitvinder Jan van der Heyden, er
een brandspuit werd ontwikkeld. Men kreeg in Hasselt lucht van het bestaan van de brandspuit mogelijk omdat er een handelsroute per schip was op Amsterdam. Om een dergelijke brandspuit te kunnen bekostigen werd er o.a. een collecte gehouden onder de burgers en de verschillende gilden van Hasselt en zo kon het gebeuren dat er in 1708 een handbrandspuit is aan geschaft bij Jan van der Heyden.
Later vermoedelijk rond 1742 is er een tweede brandspuit gekomen mogelijk bij de firma Pieter Hengelaar brandspuitmaker te Deventer.Om de brandspuit te kunnen bedienen waren er veel mensen nodig. Uit de archieven blijkt dat er voor de bediening van één pomp 70 personen nodig waren en dan had slechts één straal water op de brand. Om voldoende mensen te krijgen werd er een brandweerplicht ingesteld. Niet op de brand verschenen,
dan werd er een boete opgelegd. Brandweerdienst kon worden afgekocht.
Eén maal per jaar werden de brandspuiten beproefd en werd het personeel betaald met “eenen tonnen bier van een goeden
kwaliteit”. Voor het bestrijden van de brand werd een klein bedrag per uur aan de geaffecteerden betaald. Zo is het bestrijden van brand doorgegaan tot 1912. De brandstofmotor heeft ondertussen zijn intrede gedaan en in Hasselt word er, mede naar aanleiding van een brand in de Rooms Katholieke kerk, een motorspuit gekocht bij de firma H.W. van der Ploeg in Grauw voor het bedrag van 3300,00 gulden. De eerste pompbedienden werden opgeleid. Zo werd er besloten om de “Kleine spuit” aan de kant te doen. De twee brandspuiten hadden namelijk de naam “Groote- en Kleine spuit”. Zo werd bij het bestrijden van brand gebruik gemaakt van een motorspuit maar werd ook de handbrandspuit nog wel eens gebruikt. Dit gaat door tot
eind 1933.
Door de komst van de waterleiding en daarmee ook de brandkranen word het winnen van water nu veel gemakkelijker
en word er besloten om de brandweer te reorganiseren. Zo word de brandweer ingekrompen tot veertien personen.
De brandweerplicht wordt afgeschaft. De vrijwilligheid doet zijn intrede. Vanaf 1 januari 1934 wordt de brandweer gevormd door vrijwilligers. (In 2004 bestond de Hasselter brandweer dus 70 jaar).De pomp stond op een brandweerkar welke gekocht werd bij de “Brandspuitenfabriek Heiligerlee”.De oorlog breekt uit en in deze oorlogsjaren wordt in 1944 een brandspuitautomobiel gekocht bij de firma Cronenburg te Culemborg. De wagen wordt gestald in een timmerwerkplaats aan de Hoogstraat. In 1946 wordt er een stallingruimte aan de Ridderstraat gebouwd.Het voertuig voldoet niet aan de verwachting en word in 1948 vervangen door een Diamond. Leverancier van het chassis was de firma Beers, nu gevestigd in Zwolle de
opbouw werd verzorgd door de firma Cronenburg.
Momenteel doet dit voertuig dienst als “hofauto”voor de plaatselijke carnavalsvereniging. Het aantal personeelsleden
bij de brandweer komt op 15.In 1968 maakt de Diamond plaats voor een Mercedes-Benz, type L 408/29, trekker-manschappenwagen met een motorspuit-aanhanger lage druk Volkswagen/Ziegler. Een tweede motorspuit van het zelfde type wordt in 1974 gekocht
In 1986 wordt het materieel uitgebreid door de aanschaf van de eerste Tankautospuit, een Mercedes 1117. De opbouw van dit
voertuig wordt verzorgd door de firma Doesschot/Rosenbauer uit Hippolytushoek. De capaciteit van de pomp is 2800 l/min.
Het oude voertuig blijft tot 1993 in dienst als manschappen/materiaalwagen. In dit jaar wordt hij vervangen voor de huidige
611, wederom een Mercedes manschappen/materieel wagen. Dit voertuig wordt tevens ingericht voor duikers, want naast de taak
voor het bestrijden van brand, het verlenen van hulp bij ongevallen, worden er in 1988 duikers opgeleid om ook bij
ongevallen te water hulp te kunnen verlenen. In 2002 word een waterongevallenauto van de Zwolse brandweer over genomen
zodat er drie voertuigen ter beschikking staan voor de Hasselter brandweer.
In 2003 wordt de TAS vervangen voor een Scania.
De opbouw van dit voertuig is verzorgd door Mucar uit Almelo. De pomp is een Godiva met een wateropbrengst van 3000l/min.
De eerste motorspuit wordt verkocht bij de komst van de TAS. De tweede wordt in 1988 vervangen door een Rosenbauer-Fox motorspuit. Ook de laatst
genoemde is vervangen door een grootvermogen motorspuitaanhanger voorzien van een Godivapomp met een opbrengst van
3600 l/min.
Een aantal malen is de brandweer verhuisd. Van “onder de kerk” naar de Hoogstraat. Van de Hoogstraat naar de Julianakade
in een voormalige garage van de firma van Hasselt. Vanaf de Kaai naar het Tijlswegje in een oude loods van de firma Prins
en van Wijngaarden. Deze loods werd in 1985 verbouwd tot een stallingruimte met instructieruimte.
In 2000 is het gebouw gesloopt en heeft plaats gemaakt voor de huidige brandweerkazerne.
Het gebouw is een ontwerp van architectenbureau de Ruiter uit Steenwijk.
Tijdens de bouw is een tijdelijke huisvesting geweest in een voormalige schuur van Hellental-Vos aan de Buiten de Enkpoort.
De verschillende commandanten vanaf 1934 tot heden
Joh. Hellental - opperbrandmeesterH. Rietman - opperbrandmeester
E. van de Steege - commandant
H. Brinkman - commandant
G. van de Klocht - commandant
E. Knol - commandant
W. Lindeboom - commandant
A. Pekkeriet - commandant
B. Postma - commandant
